Het concept is duidelijk: “De cumulatie van beroepsactiviteiten is verboden tenzij hiervoor vooraf toestemming werd verleend."
Nieuws
27 juli 2026
Werk je bij een Brusselse gewestelijke overheidsdienst (GOB)* of instelling van openbaar nut (ION)** en overweeg je een nevenactiviteit uit te oefenen?
Het concept is duidelijk: “De cumulatie van beroepsactiviteiten is verboden tenzij hiervoor vooraf toestemming werd verleend."
Dit betekent niet dat het onmogelijk is om naast je functie een andere activiteit uit te oefenen. Elke beroepsactiviteit die inkomsten kan genereren, moet echter vooraf het voorwerp uitmaken van een aanvraag tot toestemming.
Deze regel heeft tot doel de onpartijdigheid, integriteit, reputatie en goede werking van de overheidsdienst of instelling van openbaar nut te waarborgen en tegelijk situaties van belangenconflicten te voorkomen.
Een nevenactiviteit? Vergeet niet om voorafgaande toestemming aan te vragen.
Je organisatie moet je hoofdwerkgever blijven. Dit betekent dat je zonder voorafgaande toestemming geen activiteit naast je functie mag uitoefenen die beroepsinkomsten oplevert.
Deze regel geldt zowel tijdens de werkuren als daarbuiten.
Daarnaast kunnen tijdens de diensturen uitsluitend activiteiten van algemeen belang voor het Gewest worden toegestaan voor zover zij verenigbaar zijn met de hoedanigheid van ambtenaar en geen nadelige gevolgen hebben voor de dienst of de burgers.
Zodra je overweegt een neven- of bijkomende activiteit uit te oefenen, moet je vóór de aanvang van deze activiteit een aanvraag tot cumulatie indienen. Zolang deze aanvraag niet is goedgekeurd door de bevoegde overheid, na advies van je hiërarchie, mag je de activiteit niet uitoefenen.
Niet voor alle activiteiten is een aanvraag tot cumulatie vereist
Bepaalde activiteiten worden in de zin van de regelgeving niet beschouwd als beroepsactiviteiten.
Het gaat met name om:
een politiek mandaat, waarvoor geen aanvraag tot cumulatie vereist is, hoewel je de HR-dienst hiervan wel op de hoogte moet brengen, met uitzondering van de volgende twee gevallen:
De uitoefening van een mandaatfunctie zoals bedoeld in artikel 437/430 [van het statuut GOB/ION] is onverenigbaar met een politiek mandaat van burgemeester, schepen, voorzitter van het OCMW of lid van een provincieraad.
Elk ander politiek mandaat waarvan het overeenkomstige politiek verlof meer bedraagt dan een kwart van een voltijdse betrekking, is eveneens onverenigbaar met de uitoefening van een mandaatfunctie.
opdrachten die worden uitgeoefend krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling wanneer de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, hem of haar officieel aanwijst.
Deze laatste opdrachten worden beschouwd als inherent aan de functie en vallen bijgevolg niet onder het begrip nevenactiviteit. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een personeelslid door de Regering wordt aangewezen om zitting te nemen in een gewestelijke commissie.
Het belangenconflict: een principe dat men niet uit het oog mag verliezen
De artikelen 9 en 10 van het statuut GOB/ION herinneren aan de verplichtingen die gelden voor elk personeelslid, ongeacht of het statutair of contractueel is. Meer bepaald voorzien deze twee artikelen enerzijds dat het verboden is voordelen te vragen of te ontvangen die verband houden met de functie en anderzijds dat elke situatie moet worden vermeden waarin een persoonlijk belang de onpartijdige uitoefening van de opdrachten zou kunnen beïnvloeden of de schijn daarvan zou kunnen wekken.
Concreet kan een nevenactiviteit worden geweigerd indien zij onverenigbaar is met de functie die bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt uitgeoefend.
Een personeelslid dat bijvoorbeeld belast is met het toezicht op de taxisector, zou niet tegelijkertijd een activiteit als taxichauffeur op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mogen uitoefenen. Een dergelijke situatie zou een duidelijk belangenconflict vormen.
Wat verstaan we onder “inkomen”?
Het begrip inkomen beperkt zich niet tot het salaris.
Er wordt met name rekening gehouden met:
Winsten
Baten
Winsten of baten uit een vroegere beroepsactiviteit
Bezoldigingen
Pensioenen, renten en uitkeringen die verband houden met de nevenactiviteit
Bij twijfel is het beter een aanvraag tot cumulatie in te dienen. Op die manier wordt de situatie verduidelijkt en wordt gewaarborgd dat het dossier aan de administratieve voorschriften voldoet.
Hoe dien je een aanvraag in?
Voor elke beoogde nevenactiviteit moet een afzonderlijke aanvraag tot cumulatie worden ingediend.
De belangrijkste stappen van een aanvraag:
De aanvraag en de verklaring op erewoord worden schriftelijk ingediend bij de hiërarchische meerdere aan de hand van een modelformulier dat door de HR-dienst ter beschikking wordt gesteld.
De hiërarchische meerdere brengt vervolgens een gemotiveerd advies uit over de aanvraag en bezorgt het dossier aan de directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal.
De directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal verleent of weigert vervolgens de toestemming. (Voor mandaathouders behoort de bevoegdheid om toestemming te verlenen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.)
De verleende toestemming geldt voor onbepaalde duur. Bij een verandering van functie binnen je organisatie moet echter een nieuwe aanvraag worden ingediend om na te gaan of de nevenactiviteit verenigbaar blijft met de nieuwe verantwoordelijkheden die je uitoefent. De secretaris-generaal of zijn plaatsvervanger kan zijn toestemming te allen tijde intrekken, waarbij hij zijn beslissing moet motiveren.
De aanvraag tot cumulatie heeft niet tot doel de uitoefening van een nevenactiviteit te verhinderen. Ze heeft in de eerste plaats tot doel de verenigbaarheid van deze activiteit met de verplichtingen van het openbaar ambt te waarborgen en het vertrouwen van de burgers in hun instellingen te behouden.
Juridische bronnen
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel (Art. 323-331)
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Art. 316-324)